maandag 28 november 2011

November 2011, de eerste verschijnselen

Ik voel mij al een tijdje niet lekker. Ik ben wat koortsig en zweet me kapot. Het lopen doet me erg veel pijn en het gaat steeds slechter. Pappa en mamma hebben in november al een paar keer gebeld met de dokter. Na een paar keer bellen mochten we wel langskomen bij de dokter. Onze eigen dokter was met vakantie dus mochten we naar zijn vervanger aan de Assendorperdijk. Dit was een hele plezierige man. Wel jammer dat ik uit de kleren moest voor wat onderzoek. Moest ook een stukje lopen. Duidelijk was dat ik met een voet naar binnen liep en dat het pijnlijk was en moeizaam ging. De dokter had het vermoeden dat het een onsteking in de heup was. Mogelijk dat er ook een bacterie in de heup aan het logeren was. Hij belde met het ziekenhuis en we konden direct terecht om daar het probleem te vertellen. Wederom moest ik uit de kleren. Maar eigenlijk wisten ze het ook niet zo goed wat ik nu precies onder de leden zou hebben. Waarschijnlijk een ontsteking in de heup. Dit zou met twee weken vanzelf wel weg zijn. Toen zijn we weer naar huis gegaan.

In die week lukte het lopen me weer wat beter, dus we waren allemaal wel erg blij. Maar na een paar dagen werd het al weer minder en ik zweette me weer een ongeluk. Het dagverblijf gaf ook aan dat ik veel moest zweten en dat ik beslist niet lekker in mijn vel zat. Mijn bed was na ieder dutje drijfnat. Mamma droeg mij het hele huis rond omdat ik het zelf niet meer kon. En slapen dat ik deed! Wel drie keer per dag!

Na nog een keer bellen, en weer een week afwachten of de koorts niet hoger werd, mochten we op 28 november eindelijk weer terug naar het ziekenhuis. Dit vonden vooral pappa en mamma wel een goed idee. Ik vond het allemaal helemaal niet leuk. Moest weer tot twee keer toe uit de kleren. Toen we daar kwamen begonnen ze meteen met bloedprikken (hierdoor ben ik een hekel gaan krijgen aan de mensen in de witte jassen), kreeg ik een scan van mijn botten en moest ik daar blijven slapen. Mamma was er ook 's nachts. Maar toen ik voor de eerste keer wakker was, ging ik echt niet meer slapen hoor.

In de rest van de week werd het niet beter. Iedere nacht bleef pappa of mamma slapen. Dat was fijn. Hoefde ik niet alleen te zijn en kon ik in hun armen vliegen als er weer een wit pak binnen kwam. Verpleegster en dokters liepen af en aan om bloed en infuus te prikken, wat na vijf keer door twee artsen nog niet lukte. Ook moest steeds mijn bloeddruk gemeten worden met een gek piepding. Akelig, steeds weer! Ook kreeg ik een plaswekker aangeplakt om in te plassen, maar door het zweten ging dat natuurlijk weer los.

Omdat het prikken voor het infuus niet wilde lukken hebben ze mij, door een plastic bakje op mijn mond en neus te zetten, in slaap gebracht. Toen ik wakker werd was mijn arm ingepakt en kwam er uit de verpakking een slang tevoorschijn. Dit slangetje zat aan een piepapparaat die herhaaldelijk af ging.

En na al die onderzoeken hadden ze nog steeds geen idee. Wel konden ze op de scan plekjes terug vinden. De arts gaf aan dat het waarschijnklijk kanker zou zijn. Ik werd doorgestuurd van het Sophia ziekenhuis naar het UMCG in Groningen, waar ze meer weten over kanker bij kinderen. Pappa en mamma schrokken zich natuurlijk kapot, mamma vroeg steeds nog of er niet een antibioticakuur was die het hele probleem zou oplossen. Dat kon niet zeiden ze, dus mochten we op vrijdag even naar huis om de volgende dag weer naar Groningen te rijden. Vanaf het moment dat de witte pakken met dit nieuws kwamen, kwamen er bij papa en mama af en toe tranen in de ogen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen